Behandeling van een liesbreuk

Operatietechniek

Nadat de diagnose is gesteld, wordt u geopereerd. Een liesbreuk kan relatief eenvoudig worden behandeld via een operatie. Er zijn 3 methoden om de liesbreuk te opereren. Het kan via:

  1. laparoscopie (kijkoperatie)
  2. vernieuwde open methode (TREPP en TIPP)
  3. klassieke open methode

De operatie duurt bij alle methoden circa 30 minuten en vindt meestal plaats via een dagbehandeling.


1. Laparoscopie of kijkoperatie
Bij de kijkoperatie maakt de chirurg 3 kleine sneetjes in de buikwand en plaatst daar buisjes in. Via deze buisjes gaat eerst koolzuurgas (CO2) de holte tussen het buikvlies en de buikwand in. Er ontstaat nu een kunstmatige 'luchtbel'. Daar brengt de chirurg een kleine camera in en vervolgens instrumenten om de uitstulping van het buikvlies terug te nemen. De zwakke plek in de buikwand wordt daarna met een kunststof matje gesloten. De camera toont de handelingen op een monitor, zodat de chirurg continu zicht heeft op het proces in de buik. Bij deze operatie bent u volledig onder narcose.

2. Vernieuwde open methode (TREPP en TIPP)
De vernieuwde open methode voor het opereren van een liesbreuk kan via 2 routes worden uitgevoerd:

  • TREPP: boven de verzwakking van de liesbreuk langs
  • TIPP: via de verzwakking van de liesbreuk zelf 


U krijgt een kleine snee in de huid, ter hoogte van of net boven de zwelling in de lies. De chirurg plaatst een matje aan de binnenzijde van de verzwakte buikwand. De druk vanuit de buik houdt het matje op zijn plek totdat het is vastgegroeid; vastplakken of hechten is niet nodig. Een flexibele ring houdt het matje open en zorgt dat het mooi vlak ligt. De kans op zenuwschade en chronische liespijn is bij deze methode erg klein. Deze operatie kan onder algehele narcose gebeuren of onder verdoving via een ruggenprik. 

3. Klassieke open methode
Dit is de klassieke open operatie. Deze methode wordt eigenlijk alleen nog toegepast als modernere technieken niet goed mogelijk zijn. U krijgt een snee in de huid ter hoogte van de zwelling in de lies. De chirurg zoekt de liesbreuk op en plaatst een matje op de buitenkant van de verzwakte buikwand. Daarna wordt de wond weer gesloten. Deze operatie kan onder algehele narcose gebeuren of onder verdoving via een ruggenprik. 

Mogelijke complicaties

Bij elke ingreep is er een kans op complicaties. Mogelijke algemene complicaties van een operatie zijn:

  • nabloeding
  • wondinfectie


Bij een klein aantal patiënten ontstaat na verloop van tijd op dezelfde plaats opnieuw een breuk. Een hersteloperatie is dan soms nodig.

Voorbereidingen thuis

U kunt zelf een aantal dingen doen om u voor te bereiden op de operatie.

Dag voor de operatie
De dag van de operatie vragen wij u rekening te houden met enkele zaken. Voor het veilig toedienen van narcose of een ruggenprik is het noodzakelijk dat u nuchter bent. Dit houdt het volgende in:

  • Vanaf 6 uur voor de opname mag u niets meer eten
  • Tot 2 uur voor de opname mag u alleen de volgende vloeistoffen drinken:
    - kraanwater
    - mineraalwater zonder koolzuur
    - thee zonder melk (suiker mag wel)
    - limonadesiroop met water (b.v. Roosvicee)
    - appelsap
  • Vanaf 2 uur voor de opname mag u niets meer drinken. Eventueel alleen een klein slokje water om medicijnen in te nemen is toegestaan

 

Houd u zich aan deze regels. Wanneer u toch iets eet of iets anders drinkt, is het niet verantwoord om u narcose toe te dienen. De operatie kan dan helaas niet doorgaan.
 

Overige voorbereidingen

Roken
Stop 24 uur voor de operatie met roken. De luchtwegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Bovendien kan hoesten na de operatie pijnlijk zijn.

Sieraden
Laat al uw sieraden thuis. Tijdens de operatie mag u namelijk geen sieraden dragen. Ook piercings, make-up, kunstnagels en nagellak zijn niet toegestaan.

Scheren
Scheer de liesstreek niet. Scheren zorgt vaak voor kleine wondjes waardoor de kans op infecties toeneemt.

De dag van opname


Uw operatie vindt plaats in dagbehandeling in Ziekenhuis Gelderse Vallei. U meldt zich bij de hoofdreceptie van het ziekenhuis op het tijdstip dat u heeft doorgekregen. De hoofdreceptie verwijst u naar de afdeling dagbehandeling, bestemmingsnummer 65. Op de afdeling begeleidt een verpleegkundige u naar uw kamer.

Voorbereiding op de afdeling
De verpleegkundige bereidt u voor op de operatie. Een eventuele bril en gehoorapparaat kunt u tot aan de operatie dragen. U ontvangt een persoonlijk bedbakje om uw bril en eventuele andere spullen gedurende de operatie in op te bergen. Een gebitsprothese moet u op de afdeling uitdoen.

Medicatie
Als het bijna tijd is om naar de operatieruimte te gaan, vraagt de verpleegkundige u naar het toilet te gaan. Daarna krijgt u een operatiehemd om aan te trekken. Als u gespannen bent voor de operatie, spreek dan met de verpleegkundige af dat u een tablet krijgt om de spanning te verminderen. De tablet kunt u een half uur tot een uur voor het begin van de operatie innemen. Ook kunt u nu alvast een pijnstiller innemen.

Naar het operatiecomplex
Na deze voorbereidingen brengt de verpleegkundige van de dagbehandeling u in het bed naar het operatiecomplex.

Het operatiecomplex

De voorbereidingsruimte
U komt eerst in de voorbereidingsruimte - ook wel holding genoemd - waar u de medewerker anesthesie ontmoet. Hij of zij bereidt u voor op de operatie. U krijgt:

  • een mutsje op in verband met hygiëne
  • stickers met elektrodes op de borst om uw hartslag te meten
  • een band om uw arm om uw bloeddruk te meten
  • een metertje aan uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te meten
  • een infuus in uw arm voor het geven van vocht en medicatie


Als dit allemaal gedaan is, komt uw behandelend chirurg langs om u te ontmoeten en eventuele vragen over de operatie te beantwoorden.

De operatie

Vanuit de voorbereidingsruimte gaat u naar de operatiekamer. De anesthesioloog sluit u aan op apparatuur om uw hartslag, bloeddruk en zuurstofgehalte te meten. Dan volgt nog een allerlaatste controle en krijgt u een ruggenprik of de algehele narcose. Nu kan de chirurg samen met het operatieteam aan het werk.

Bij u is gekozen voor: algehele narcose
Bij algehele narcose wordt u tijdelijk buiten bewustzijn gebracht. De anesthesioloog spuit de medicatie in het infuus en u valt binnen een halve minuut in slaap. Om uw ademhaling tijdens de operatie te kunnen controleren wordt in veel gevallen een plastic buisje (beademingstube) in uw keel gebracht. U bent dan al onder narcose en merkt daar niets van. 

Bij u is gekozen voor: de ruggenprik (spinaal anesthesie)
Bij een ruggenprik wordt het hele onderlichaam tijdelijk gevoelloos gemaakt. U bent tijdens de operatie bij kennis, maar ziet niets van de operatie. U kunt eventueel ook een licht slaapmiddel krijgen. Afhankelijk van het gebruikte medicijn en de duur van de operatie kan het 1,5 tot 6 uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt.

Bijkomen van de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer of recovery. Daar sluiten we u opnieuw aan op apparatuur om uw bloeddruk, ademhaling en hartslag te bewaken. Een verpleegkundige checkt regelmatig de operatiewondjes en meestal krijgt u nog een poosje extra zuurstof via een slangetje in uw neus. Het is normaal dat u zich zo kort na de operatie nog slaperig voelt.

Pijnbehandeling

Op de uitslaapkamer krijgt u een waterijsje aangeboden. Het is koel voor uw keel en lekker als u een tijdje niet hebt mogen eten en drinken. Bovendien krijgt u zo snel weer wat vocht en suiker binnen. Ook vermindert het de kans op misselijkheid. De verpleegkundige zorgt voor een goede pijnstilling. U gaat pas terug naar de afdeling als de pijn voor u op een acceptabel niveau is. Een patiënt blijft gemiddeld ongeveer 1 uur op de uitslaapkamer.

Terug op de afdeling

Als u terug bent op de afdeling belt de verpleegkundige naar uw contactpersoon. Hij of zij vertelt hoe het met u is en hoe de operatie is verlopen. We meten uw bloeddruk en controleren de operatiewondjes.

Medicatie tegen de pijn
U krijgt volgens een vast schema medicatie tegen de pijn. Als dit voor u niet voldoende is, geef dat dan aan. We kunnen de medicatie aanpassen. Pijn is niet nodig.

Voeding en bewegen

Als u op de afdeling komt, krijgt u iets te eten en te drinken. Zodra u zelf weer goed en voldoende kunt drinken, zal de verpleegkundige het infuus uit uw arm halen.  

Bewegen
In het begin kan elke beweging pijnlijk zijn. Ook diep ademhalen en hoesten. Heeft u een kijkoperatie gehad, dan kunt u wat last hebben van pijn in de schouder. Dat komt door het CO2-gas dat tijdens de operatie in uw buik is gespoten. Dit gas veroorzaakt een prikkeling van het middenrif, wat pijn rond de schouderbladen geeft.

Behandeling

Behandeling

Hoe verloopt mijn liesbreukoperatie?

Liesbreukoperatie cijfers in 12 maanden

Uw operatie binnen
10 werkdagen

pijl lees hier meer over